Column

Komt er oorlog? En is dat goed of slecht?

by De Twintiger on

Joris Jansen volgt nauwgezet de hedendaagse cultuur en publiceert daarover in verschillende media. Hij gooit elke twee weken een (politiek) vraagstuk op voor de Twintiger.

‘Iedereen die deze verschrikkelijke wapens gebruikt moet verantwoordelijk worden gehouden’, zei John Kerry. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken stelde vast dat in de Syrische wijk Damascus een gifgasaanval is uitgevoerd, vermoedelijk in opdracht van de president Bashar al-Assad. Het gebruik van geweld werd niet genoemd, maar qua toon en retoriek leek Kerry de wereld voor te bereiden op militair ingrijpen. Bondgenoten van de VS zeggen geweld niet uit te sluiten. Ook Nederland niet.

Militair ingrijpen zal zorgen voor nieuwe slachtoffers. Helemaal niets doen terwijl mensen worden uitgemoord voelt onmenselijk. Hoe moet je in zo een situatie reageren? Grijp je in of niet?

Het belangrijkste argument voor militair ingrijpen is dat Assad met het gebruik van chemische wapens een grens is overschreden die internationaal is vastgesteld. Er valt veel te zeggen om die grens met hand en tand te bewaken. Typ ‘gebruik chemische wapens’ in op Youtube en je vindt de meest gruwelijke beelden van verminkte lichamen verspreid over straat. Zij stikten tijdens een mislukte vlucht voor een wapen dat veel sterker was dan zij. Overlevenden zijn blind, verlamd, hebben vervormde ledenmaten of enorme littekens. Je kan zeggen dat het in ieders belang is om dit soort aanvallen in de toekomst te voorkomen.

Niet ingrijpen zou bovendien gezichtsverlies betekenen. Obama noemde het gebruik van chemische wapens een overschrijding van een rode lijn. Daarmee verhoogde hij de inzet. Wel blaffen maar uiteindelijk niets doen is een signaal naar andere leiders dat ze ongestoord hun gang kunnen gaan.

Ingrijpen dus? Zo eenvoudig is het niet. Mensen staan steeds sceptischer tegenover buitenlandse interventies en dat is niet voor niets. Irak en Afghanistan leerden ons dat interventies weinig uitrichten tegen structuren die door de eeuwen heen diep zijn ingesleten in een cultuur. Irak is instabieler geworden en naar schatting zijn daar al 100.000 burgers omgekomen. In Afghanistan vielen het afgelopen half jaar alleen al 1.300 slachtoffers.

Deze onmacht van het laatste decennium matigt de poging van het Westen de rest van de wereld naar haar hand te zetten. De uitkomst van een interventie in Syrië is uiterst onzeker. Het land dreigt met vergeldingsacties tegen Israël. Rusland en Iran steunen Assad. En mocht het regime vallen dan is het maar de vraag wat de nieuwe situatie wordt. Het land bestaat uit een groot aantal minderheden. Het lijkt onmogelijk dat een evenwichtige maatschappij kan ontstaan zonder nieuw geweld.

Daarnaast kan je de vraag stellen in hoeverre wij het recht hebben om in te grijpen in een andere regio. Over het algemeen bemoeien landen zich niet met de binnenlandse aangelegenheden van andere landen. En niet voor niets. Stel je een wereld voor waarin Rusland bepaalt hoe wij in Nederland met homoseksualiteit omgaan. Nu hebben we het in het geval van Syrië niet over een verbod op homopropaganda maar in de woorden van Kerry over de ‘slachting van onschuldige mensen’ dat ’elk moreel besef te boven gaat’. Maar wie bepaalt die morele grens? In het geval van Guantánamo Bay houdt Amerika zich niet aan internationale mensenrechten. En het is moeilijk om niet even aan 2003 terug te denken toen de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in de Veiligheidsraad vertelde dat Saddam Hoessein beschikte over massavernietigingswapens. De oorlog in Irak kostte meer mensenlevens dan de gifgasaanval van afgelopen week en was gebaseerd op leugens. Geeft dat landen het recht de VS aan te vallen?

De komende weken zal veel duidelijk worden. Het is onwaarschijnlijk dat het Westen niets doet. Maar een grote militaire interventie lijkt na Irak en Afghanistan ver weg.

2014, ik ben niet bang voor je zwarte gat

by De Twintiger on

De titel klinkt misschien wat vunzig, maar zo bedoel ik het niet. Met ‘het zwarte gat’ doel ik op Het Onbekende. En wat ben je vaak voor Het Onbekende? Inderdaad: bang. Als iets onbekend is weet je niet waar je aan toe bent of wat je moet verwachten. Je kunt je nergens op voorbereiden en dat ben je niet gewend. Je durft het niet toe te geven, maar eigenlijk word je er een beetje zenuwachtig van. Brrr. Eng.

Afgestudeerd
Ook ik betrapte er mezelf dit jaar op. Het einde van mijn studie (en daarmee het gevreesde zwarte gat) denderde in augustus in sneltreinvaart op me af, terwijl ik met man en macht probeerde te bedenken wat ik eigenlijk met mijn leven wilde. En vooral: hoe. Zou ik wel een baan kunnen vinden? Zou ik wel een nieuw (en betaalbaar) huisje kunnen vinden in Amsterdam? Wat nu als dat niet zo was? Wat moest ik dan doen? Waar moest ik dan heen? Help! Voor ik het wist sloeg de paniek onverbiddelijk toe. Om vervolgens met een dramatisch gebaar tegen mezelf in de spiegel te mompelen: ‘Nou, dit was het dan. Fijn jullie gekend te hebben, vaarwel!’

Doemdenken
Overdrijven is ook een vak. Sterker nog, als het een skill was op mijn cv zou ik er zeker in uitblinken. Maar om de één of andere duistere reden is dat blijkbaar niet echt aantrekkelijk voor werkgevers. Vreemd. Hoe dan ook, ik merkte al snel dat ik niets opschoot met al dat nutteloze doemdenken. Ik kreeg er geen motivatie van en al helemaal geen baan of een nieuw appartement. Ik moest het anders aanpakken en positief blijven. Dat klinkt in tijden van crisis waarschijnlijk enorm suf: zit je dan de hele dag thuis glimlachend positief te wezen? Nee. Niet helemaal. Maar met een positieve instelling kom je wel een stuk verder (en het maakt het leven een stukje draaglijker).

Als ik later groot ben…
Zo wilde ik na mijn studie graag ‘iets met schrijven te doen’. Iedereen reageert dan enthousiast, want dat klinkt tof. Maar je weet dat ze stiekem allemaal denken: ‘Gefeliciteerd! Je bent niet de enige.’ Het leek me daarom verstandig om alvast een portfolio op te bouwen door zelf gewoon te beginnen met schrijven. Dus ben ik voor de zomer een blog begonnen waarop ik creatieve professionals over hun droombaan interview. Eenmaal afgestudeerd en terug van een extra lange vakantie in Spanje (het is toch crisis), ben ik ook als vrijwillig eindredacteur aan de slag gegaan voor een website. Ook schrijf ik stukjes voor verschillende platforms op het web. Daarnaast heb ik zelfs mijn eerste opdrachtgever gevonden en mag ik mezelf een heuse freelancer noemen. Hoera!

Zwart gat?
2013 is voor mij echt een jaar geweest van vooral niet op mijn luie gat blijven zitten. Ik kan en wil eigenlijk niet anders. En dat terwijl mijn vroegere zekerheden (studeren, stufi, wonen in een studentenhuis) volgend jaar langzaam maar zeker zullen verdwijnen en Het Onbekende me griezelig tegemoet grijnst. Eng? Nee. Spannend? Dat wel. Wie weet waar ik volgend jaar rond deze tijd ben.

Wat zeg je, 2014? Je hebt iets voor me? Oh, een zwart gat. Dankjewel. Wat heb je nog meer?

Waarom grijze mannen grijze akkoorden sluiten

by De Twintiger on

Mannen van middelbare leeftijd kwamen twee weken lang iedere avond samen in een kamertje met andere mannen van middelbare leeftijd, om daar in hun grijze of donkerblauwe pakken te praten over het ontslagrecht. Aan de kleur van de stropdas kon je ze herkennen.

Afgelopen vrijdag werd er een begrotingsakkoord gesloten voor 2014. De persconferentie was bepaald geen feest. Fractievoorzitter van der Staaij (SGP) heeft niet het sexappeal van Badr Hari. En de onderwerpen die zij bespraken waren lang niet zo interessant als de zwartepietendiscussie.Het ontslagrecht, de WW, bezuinigen, Lastendruk, de arbeidstijdverkorting en Kees van der Staaij die zich sterk maakte voor de kinderbijslag.

De onderwerpen hadden weinig met onze realiteit te maken. Een uitzending van Tegenlicht liet afgelopen week mooi zien dat jongeren de huidige politieke organen niet meer nodig hebben. Wij doen het liever zelf.

Voor ons geen praatjes over getallen achter komma’s, terwijl grote vraagstukken blijven liggen, Kinderen in elkaar worden geslagen door Russische ambassadeurs, en excuses worden gemaakt door degene die daar iets van durft te zeggen. Dat is niet onze werkelijkheid. De wereld is moeilijk en nog moeilijker te veranderen. We weten het. Wij kijken dagelijks naar het nieuws, maar naar politiek steeds minder.

Ook het kabinet Rutte 2 kan ons niet bekoren. Laat staan dit begrotingsakkoord. We missen een visie die aansluit op onze toekomst. Een toekomst die bovendien langzaam werkelijkheid wordt. Denk aan een grote groene stad, zelfvoorzienend, daar waarvan de plaatjes ons op Instagram om de oren vliegen. Waarin de kille en afstandelijke relaties tussen burgers, overheid en het bedrijfsleven plaats maken voor warme initiatieven. En waar om Rutger Bregman (in de VK) te citeren ‘onderwijs voorbereidt op het leven in plaats van op de arbeidsmarkt’.

We missen een overheid, die inziet dat de relatie waarop veel mensen zich verhouden tot hun werk er eentje is van de vorige eeuw, en waarin nieuwe structuren, zowel flexibiliteit als zekerheid kunnen geven en waarin niet de materiële welvaart zegeviert maar de welvaart uitgedrukt in menselijk potentieel.

Politiek, het lijkt zo simpel.

Afgelopen vrijdag waren er weer genoeg redenen om niet te juichen. Geen vergezichten. Geen grote structurele veranderingen, maar van der Staaij die zich hard maakte voor de kinderbijslag en de arbeidstijdkorting.

En toch, ondanks de misère is het goed, dat het gebeurd is. Dat mannen in grijze pakken van middelbare leeftijd tot een akkoord zijn gekomen.

Daar waar regeringen in de landen om ons heen het moeilijk hebben, heeft dit kabinet het gepresteerd om met een ruime meerderheid in de Tweede Kamer een begrotingsakkoord te sluiten.

En daarmee onderscheidt zij zich in positieve zin van andere landen. Amerika zit in een politieke crisis. België, Italië, Griekenland hadden recent moeite om een regering te formeren. Portugal is op het nippertje aan nieuwe verkiezingen ontsnapt.

Nergens lukt het een overheid om haar burgers te inspireren. Door een steeds verdeelder electoraat is de westerse wereld behalve in een economische crisis, in een politieke crisis terecht gekomen. Grote verhalen houden op te bestaan na verkiezingen, wanneer de verschillende programma’s noodgedwongen bij elkaar worden gegooid. En daar zit de kern van het probleem. De burgers vormen steeds minder een uniforme groep die je als een kudde schapen naar het beloofde land kan leiden.

Het is in deze werkelijkheid dat onze regering eerst moest formeren en vervolgens regeren en er uiteindelijk in slaagde tot een akkoord te komen voor 2014. En daarmee zijn nieuwe verkiezingen afgewend, die de kern van het probleem niet zouden hebben opgelost.

Via belastingen betalen wij mee aan de zelfde veiligheid en gezondheidzorg waar ook die gefrustreerde PVV-stemmer aan bijdraagt. Misschien als we inzien dat we (of we willen of niet) van elkaar afhankelijk zijn, we niet meer tegen elkaar stemmen als we plichtsgetrouw toch weer naar de stembus gaan, maar op een mooie toekomst. Ook als we liever niets meer met elkaar te maken hebben, kan dat het best op een vreedzame manier worden bereikt.

Tot die tijd zijn we veroordeeld tot het zanderige midden. Tot grijze mannen die praten over het ontslagrecht en tot Kees van der Staaij die opkomt voor de kinderbijslag.

Hoezo bang om alleen te blijven?

by De Twintiger on

Laatst bladerde ik op een veel te rustige maandagochtend door het Psychologie Magazine in de boekenwinkel waar ik parttime werk. Tot ik op een pagina stuitte waar ik even bleef hangen. ‘Bang om alleen te blijven?’ Stond er met koeienletters bovenaan het artikel. ‘Pfff,’ sputterde ik schamper tegen niemand in het bijzonder. Maar het stemmetje in mijn hoofd riep direct protesterend: ‘Ha! Echt wel.’ Vooruit. Ik geef het toe. Soms is het idee alleen te ‘eindigen’ (wat dat dan ook mag betekenen) best een beetje angstaanjagend.

Nu heeft ieder mens volgens mij tot op zeker hoogte een bepaalde dosis ‘single-angst’. Niet meer dan normaal. Een goede relatie ligt nu eenmaal niet voor het oprapen en vergt moeite en tijd. Je kunt er nog zo zeker van zijn dat je die leuke vent of die geweldige vrouw eindelijk aan de haak geslagen hebt, maar dat wil niet altijd zeggen dat de ander het net zo ziet. Ze kunnen zich halverwege bedenken, verlangen naar het singlebestaan, met te veel bagage slepen of ‘er gewoon nog niet aan toe zijn’ (Een Slappe Smoes, noemen we dat).

Toch, zo las ik in het artikel, schijnt een grote groep mensen zo bang te zijn om alleen achter te blijven, dat het hun keuzes in de liefde beïnvloedt. Ze versoepelen hun eisen wanneer ze iemand beginnen te daten of blijven hangen in een relatie die niet lekker loopt. Dat versoepelen van eisen vind ik zo gek nog niet: soms moet je iemand daten om erachter te komen dat hij inderdaad zo’n lompe plurk was als je al dacht. Maar in een foute relatie blijven zitten… Dat lijkt me vreselijk. Die afhankelijkheid van een ander persoon en de angst die je hebt om straks weer ‘alleen’ te zijn. En ook: wat is ‘alleen-zijn’ eigenlijk? Maken we het vooral niet veel groter en dramatischer dan dat het is?

Nu weet ik trouwens niet waar ik het over heb, want ik heb nog nooit een relatie gehad. (Nee, echt niet. Ook niet van een maand. Ook niet van vijf dagen. Gewoon niet. Oké, behalve misschien die anderhalve dag in groep twee, dan. Maar die jongen valt niet meer op meisjes, zag ik laatst. Dat heb ik weer.)

Nu vinden de meeste mensen waaraan ik dit vertel daar meestal niet zoveel van. Eigenlijk vind ik er vooral zelf van alles van. Heel nutteloos en tijdrovend. Waarom zou je je druk maken om iets wat je nog niet hebt? Geen bagage (behalve een reeks van soms leuke, maar meestal bizarre dates) en geen gedoe. Heerlijk. Alleen hier en daar een beetje onzekerheid. Niks mis mee.

‘Ja maar, je bent zo leuk!’ Roepen vriendinnen regelmatig tegen me. Dat zal dan wel, denk ik dan, maar jullie zijn mijn vriendinnen. Daarom zeggen jullie lieve dingen waardoor ik me weer beter voel. Dat hoort. Goed zo. Toch blijft er ergens in mijn achterhoofd een irritant stemmetje dat soms ongevraagd dingen jengelt als ‘Wat is er mis met mij?’ en ‘Wat nu als ik altijd alleen blijf?’.

Ondanks dat geloof ik wel dat het goed komt en dat ‘single-angst’ bijna in alle gevallen compleet ongegrond is. Zowel in mijn geval als dat van de vele andere angsthazen met mij (hé, ik ben niet alleen!). En dat stemmetje in je hoofd niet al te serieus nemen helpt ook een heleboel.

Hebben we trouwens niks beter te doen dan bang zijn om alleen te blijven? Hoezo ‘alleen’, trouwens? We hebben toch ook nog een familie, vrienden, hobby’s, doelen, dromen en passies? Dan komt de rest vanzelf wel. Tot die tijd heb ik het prima met mezelf, en al die hobby’s, vrienden en dromen. Zelfs voor ‘single-angst’ heb ik geen tijd meer. Bang zijn is toch ook maar saai?