Leven

Geen onbewaakt moment van eenzaamheid, de hele dag (nacht) in contact met je vrienden via je smartphone. Wie zou nu nog zonder kunnen? Ik niet, maar toch verlang ik weleens terug naar die simpele tijd (11 jaar terug) waarin ik een prepaid Samsung had waar enkel een bescheiden envelopje links onderin kwam te staan bij een nieuw sms-berichtje. Daarom volgen hier de enorme nadelen van de smartphone!

  • Met stip op nummer 1 staat WhatsApp: Het is de Grootste belemmering van je vrijheid: Je kan namelijk niet meer zelf bepalen wanneer je reageert. Kijk je net je favoriete serie, gooit die ene vriendin je weer in een groeps-app om de cupcakes te laten zien die zij net heeft gebakken/ te delen dat zij op de Himalaya staat of aan het wachten is op de koffers op Schiphol en vraagt wie er zo aardig is haar af te halen.
  • Ook een nadeel van WhatsApp is dat je ongelooflijk ad rem moet zijn, want zodra er bij de ander twee vinkjes in beeld verschijnen moet je je grap paraat hebben. Je kan het bericht namelijk niet eerst rustig lezen dan de leukst mogelijke reactie bedenken en daar dan na een dag mee komen aanzetten.
  • En wanneer je zelf die twee vinkjes ziet staan en vervolgens uren niks hoort van je gesprekspartner weet je dat je on hold bent gezet.
  • Ook andere middelen om met vrienden te communiceren zorgen voor problemen:
  • Ging je vroeger naar een feestje en hoopte je daar een bepaald iemand tegen te komen. Heb je nu diegene al op Facebook op niet aanwezig zien staan en ga je met tegenzin de horlepiep dansen op het feestje omdat je je vrienden niet in de steek kan laten.
  • Wanneer je hebt afgesproken met je vrienden, moet je eerst niet alleen je Facebook checken, maar ook WhatsApp, sms, voicemail, 2 e-mailaccounts, skype en viber om erachter te komen of de plannen nog gewijzigd zijn.
  • Kon je eerst rustig drie dagen wachten met het beantwoorden van een e-mail, maak je nu je nichtje die vraagt of je op haar verjaardag komt/ je werkgever die vraagt of het werk al af is en de buurvrouw die vraagt of je haar hond kan uitlaten boos omdat je niet direct reageert.
  • En kon je eerst nog rustig genieten van een etentje, zitten je vrienden je nu onder het eten te appen, dat die vis die je eet afkomstig is uit een gebied in Vietnam waar de vissen vergiftigd worden met bestrijdingsmiddelen en de verschrikkelijke gevolgen daarvan.
  • Was de hele familie vroeger nog aan het zingen toen je neefje 1 werd en had je daar vroeger 1 leuke foto van als herinnering, krijg je nu na afloop 8 filmpjes uit acht verschillende hoeken van de woonkamer van murmelende mensen die vooral het kind proberen te vereeuwigen op camera.

Cliché uurtje: Je hebt het niet voor het kiezen

by De Twintiger on

Wachtend op de bus, schuilend voor de zon, borrelend in een kafana: de verhalen die diepe indruk op mij maakten gedurende mijn uitwisselingsweek in Belgrado werden niet verteld tijdens de geprogrammeerde activiteiten. Ik hoorde ze terwijl we zaten te kletsen. Dat die ene jongen bijvoorbeeld was geboren in een schuilkelder.Dat de ander op jonge leeftijd maar net weg was van huis om vervolgens bij terugkomst te zien dat van zijn huis alleen nog stof over was. Dat het meisje met een Servische vader en Kroatische moeder nog steeds soms met een half oog wordt aangekeken: ‘Oh dus je bent half Kroatisch’

Ik besefte, de 18 Nederlandse, Servische en Kosovaarse deelnemers zitten wel allemaal in hetzelfde vijvertje te vissen of te appen, Instagrammen, Facebooken maar grotere verschillen in onze prille jeugd waren bijna niet te bedenken. Niet doordat we allemaal student zijn en misschien hetzelfde ideaal hebben voor deze wereld, maar wel door het land waarin we leven. Hoe erg een schoolsysteem je beïnvloedt en wat het oorlogsverleden van een land met je doet sijpelde af en toe door in gesprekken. Het voerde niet te boventoon, want dat was geweest. Het was onvermijdelijk een vlek op het leven van deze jongeren nu en misschien wel de toekomst.

Het opvallende aan het bespreken van diverse conflicten, in het specifiek over Kosovo – Servië relaties, was dat er niet expliciet gesproken werd over wat er ooit is gebeurd. Achteraf praatte ik hierover na met anderen en vroegen wij ons – onder het genot van het zoveelste kopje Turkse koffie hardop af: zijn hierdoor dingen vermeden of weggestopt? Moet er ten grond aan een verandering zoals het vaak negatieve wederzijdse beeld van Kosovaren en Serviërs niet altijd een gevoelsmatig ietwat vervelende en ongemakkelijke doorbraak zijn? Wie weet gebeurt dat nog als de groep in oktober Nederland aandoet, maar misschien is alleen de herinnering aan het conflict al wel ongemakkelijk genoeg.

Dat vind ik gelijk het moeilijke aan iets wezenlijks veranderen: je moet ergens beginnen en wat is dan de juiste manier? Ik realiseerde maar al te goed dat hoe klein de groep ook was – het praten over stereotypes, de ontwikkeling van een conflict en wat je wel of niet moet aannemen als de waarheid in media – niemand wezenlijk heeft veranderd. Noch zijn denkbeelden misschien radicaal anders geworden. Wel heeft de energie van de deelnemers iets in mij wakker gemaakt. Wat ik hiermee ga doen en hoe ik dit ga vormgeven moet zich nog uitkristalliseren maar het borrelt in ieder geval wel om een verschil te maken. Nog meer dan voorheen, en dat is al een verandering op zich.

Over boeken en internetdaten

by De Twintiger on

Je kent ze wel de boeken die je wel koopt maar niet leest. Ik heb er inmiddels een paar naast mijn bed liggen. Ik weet niet hoe het zover heeft kunnen komen. Vroeger gebeurde het nooit, ik las boeken uit en stopte ze op hun eigen plekje terug in de kast. Vaak stond ik ervoor en pakte er zomaar wat uit. Ik wiegde het werk in mijn handen en rook aan de kaft als aan een goed glas wijn. Pas na dit ritueel herlas wat ik had aangestreept.

Ik wist precies op welke bladzijde wat stond. Mijn favoriet is ‘De Herinneringen van een Engelbewaarder’ van W.F. Hermans. Het boek leerde mij de pijnlijke en eenzame kanten van het leven. Ik vond er troost en vooral veel inspiratie. Later zouden Goethe en Wolkers dat nog eens dunnetjes overdoen. Door Remco Campert leerde ik hoe vurrukkulluk het leven wel niet was. Als bij andere auteurs die mij bezielden vond ik er erkenning en ontdekte ik in zijn teksten mijzelf. Hij verrijkte als goede vriend mijn leven.

Maar sinds een tijdje, ik denk een jaar, is er de klad in gekomen. Eerst dacht ik dat het kwam door de stress, maar het stapeltje boeken bleef maar groeien. Mijn kast die ik uit principe alleen maar vulde met door mij gelezen boeken raakte vervuild met ongelezen werk. Boeken met geschiedenis, waarmee ik door het lezen een persoonlijke band heb gecreëerd, werden plotseling omsloten door bundels papier zonder betekenis. Het boek was een ding geworden en een vriend een vreemde.

Ik ben niet de enige die hier last van heeft. Om mij heen zie ik steeds vaker de stapeltjes boeken naast de banken liggen. Slordig op elkaar volgens de laatste trend. Uitgelezen zijn ze zelden. Soms is men begonnen maar vaker kwam er iets tussen.

Zo zichtbaar in de huiskamer uitgestald lijkt het kopen en bezitten van het boek belangrijker dan het lezen zelf. Men koopt nog wel, maar leest het zelden, is mijn idee. Het gaat om het krijgen van een vluchtig gevoel als bij een goedkoop t shirt van de H en M die je na drie keer dragen weggooit.

Over mijn laatste Lowlands bezoek voel ik me niet veel beter dan over het stapeltje niet gelezen boeken. Ik heb het feest daar in meer dertig muntjes per dag letterlijk geconsumeerd. Ik kocht dus ik was. Om mij heen zie ik dat ook de liefde zo wordt beleefd. Tijdens het internetdaten levert de mogelijkheid van de ontmoeting meer plezier op dan het werkelijke samenzijn. Na drie dates gaan onrustige mensen op zoek naar nieuwe plaatjes, zodat de werkelijkheid de fantasie niet langer in de weg kan staan.

Ik heb geprobeerd meerdere boeken door elkaar te lezen als een soort redmiddel. Maar daarmee raakte ik juist aan de kwaal van deze tijd, waarbij gevoel wordt gemeten langs een kwantitatieve meetlat. Dus liever tien artikelen in plaats van één goed boek, en beter nog even een serie kijken dan te gaan slapen. Ik consumeer dus ik ben is het motto dat ik om mij heen zie. En zo wordt een bepaalde hoeveelheid beleving uitgesmeerd over een groeiend oppervlak. Misschien dat daarom de laatste tijd mijn boeken smaken naar aanmaaklimonade met net teveel water. Philip Roth stelde dat niet de roman maar de lezer is overleden. Heeft hij gelijk gekregen?

Ik wil het tij keren. Ik wil weer terug naar mijn kast met parels. Ik zal de ongelezen boeken terugzetten en er eentje voor terugnemen. Ik zal haar niet met verveelde blikken vragen mij te vermaken, maar haar weer met liefde in mijn armen nemen en me openstellen voor een gezamenlijk avontuur. Ik wil diepte voelen in plaats van die vlugge kick. Ik wil kortom stoppen met consumeren en met lezen beginnen.

Bas Heijne schreef in zijn essay ‘Echt zien’ dat de menselijke verbeelding een sluier trekt voor de werkelijkheid. Het is volgens Heijne aan de literatuur om deze sluier weer af te nemen. Deze zinnen heb ik met dik potlood onderstreept.

Onlangs moest ik voor een gelegenheid het enorme fotoarchief op mijn laptop doorspitten voor een paar leuke, oude exemplaren. Tussen alle foto’s van feestjes, verjaardagen en momenten die ik me nauwelijks meer kan herinneren, vond ik plotseling deze foto. Dit ben ik, tien jaar geleden. Ik was toen veertien jaar. Ik vind deze foto bijna een soort Boegbeeld van de Adolescentie: het kleurige kinderbehang zit nog op de muren, terwijl er ondertussen steeds meer Hitkrant-posters overheen werden geplakt. Ik was een enorme Harry Potter-fan en voelde me zeer begrepen door Avril Lavigne met haar dramatische teenage-angsty teksten. En dan mijn pose: overwegend stoer, maar toch zo onzeker dat ik niet overtuigend ben (om over de tekst op mijn shirt nog maar te zwijgen). Ik kan me heel goed herinneren hoe ik me in deze periode voelde. Daarom: vier dingen die ik tegen mijn 14-jarige zelf zou willen zeggen als ik de mogelijkheid had.

#1 De wereld draait niet om jou
Dat is iets wat mijn moeder wel eens lachend tegen me zei. Gemeen? Welnee. Ze had hartstikke gelijk, zoals alleen moeders dat kunnen hebben. Ik was heel onzeker en dacht dat iedereen me altijd nakeek, uitlachte of over me roddelde. Ik herinner me dat ik een keer door een winkelcentrum liep en er een paar mensen passeerden die in het voorbijgaan heel hard moesten lachen. Ik keek schichtig achterom en fluisterde tegen mijn beste vriendin: “Waarom moesten ze lachen? Ging dat over mij?” Je kunt je voorstellen hoe vermoeiend mijn leven moet zijn geweest. Onthoud: de wereld draait niet om jou. En gelukkig maar.

#2 Vriendschappen komen en gaan
Toen ik veertien was liep ik als een kip zonder kop achter een populair klasgenootje aan. Ze was grappig, had een enorme bos zwarte krullen, een jaloersmakend getinte huid en natuurlijk altijd vriendjes. Ik voelde me een slungelige bleekscheet die daar nogal schraal bij afstak. Ik wilde zijn zoals zij. Maar ze was ook bazig en probeerde vriendinnen tegen me op te zetten. Toch was ik van slag toen ze me na een jaar als een baksteen liet vallen. Wat had ik verkeerd gedaan? Vriendschappen komen en gaan. Dat zal altijd zo zijn. Zo heb ik dit jaar met drie mensen het contact verbroken (of zij met mij). Daar staat tegenover dat er een hoop nieuwe, leuke contacten voor in de plaats zijn gekomen. Jij verandert, andere mensen veranderen of je besluit allebei een compleet andere weg te gaan. Vaak ben je zelfs beter af zonder bepaalde mensen. Het is niets persoonlijks: c’est la vie.

#3 Iedereen heeft zo zijn onzekerheden
En ik maar denken dat ik de enige socially awkward tiener was. Dat viel nog reuze mee. Die knappe, populaire meiden op school waren misschien nog onzekerder dan ik. Alleen hadden zij toevallig een grote mond, geld voor dure merkkleding en behoorlijke borsten. Tja, zo kan ik het ook (behalve die borsten, dan). Op het moment dat ik me realiseerde dat iedereen wel iets heeft waar hij of zij onzeker over is, viel er een last van mijn schouders. Opeens hoefde ik niet meer zo ongelofelijk veel moeite te doen om door Jan en alleman fantastisch gevonden te worden. Iedereen is een beetje autistisch. Niks mis mee.

#4 Stap uit je comfortzone
Ik was altijd overal bang voor en durfde niets. Op mijn zevende sleurden mijn ouders me naar tekenles. Dat betekende dat ik iets nieuws moest proberen, op een plek waar ik niemand kende. Brrr. Doodeng. Dat vermeed ik het liefst. Ook op de middelbare school was ik liever onzichtbaar in een vertrouwde omgeving dan dat ik nieuwe dingen ondernam. Stel je voor! Het heeft tot halverwege mijn studie in Amsterdam geduurd voor ik eindelijk de ballen had om uit die veel te veilige comfortzone te stappen. In een studentenhuis wonen, stage lopen, in je eentje naar feestjes gaan, tientallen activiteiten doen naast de studie, alleen op vakantie. Stuk voor stuk eng, maar heel erg leuk. Ze zeggen niet voor niets: life starts at the end of your comfortzone. Doen dus.

Ochtendmensen vs. Avondmensen

by De Twintiger on

Meestal is het leven niet zo zwart-wit, maar in dit geval zijn er slechts twee groepen: de ochtendmensen en de avondmensen. De ene groep staat om zeven uur al springend naast zijn de bed om de dag fris en fruitig te beginnen, terwijl de andere groep zich het liefst dramatisch kreunend onder de aangenaam warme dekens verstopt. Waarom zit er zo’n groot verschil tussen ochtendmensen en avondmensen? Waarom ben ik eigenlijk geen ochtendmens? Wat is er eigenlijk zo fijn aan een avondmens zijn?

De Wekker
Geliefd bij ochtendmensen, gehaat bij avondmensen. Voor een ochtendmens is het geluid van de wekker slechts een reminder dat het –gelukkig!– alweer ochtend is (waarschijnlijk lag ie al een halfuur ongeduldig naar het plafond te staren). Eindelijk, opstaan. Voor een avondmens is het geluid van de wekker kwellend en soms bijna ondraaglijk. Hoe kan het nu alweer ochtend zijn? Zo kan een normaal mens toch niet uitgerust op zijn werk komen? Een voorbeeld: mijn iPhone fungeert als wekker. Wanneer ik andere mensen met iPhones tegenkom die hetzelfde deuntje als beltoon of timer gebruiken, krimp ik bijna als vanzelf ineen. Moord! Brand! De wekker!

De Avond
De avond is voor ochtendmensen nooit van lange duur. “Ha, vanavond ga ik eens lekker vroeg naar bed! Héérlijk!” En dat menen ze dan ook. Om 10 uur liggen zij braaf onder de wol, weggezonken in een diepe slaap. Een avondmens heeft om 10 uur nog van ál-les te doen. Slapen? Om 10 uur? Dat is je reinste kinderbedtijd. Nee hoor, om 10 uur kan er nog een heleboel gedaan worden. Terugfietsen van een snel tripje naar de AH XL, huishoudelijke klusjes, papers schrijven, films kijken, nieuwe artiesten op Spotify ontdekken, Skypen met mensen die in andere tijdzones leven, cupcakes bakken, gamen, eindelijk dat boek uitlezen, onnodig veel bestellen op de H&M site… Die dingen moeten toch ook gebeuren?

De Ochtend
De tijd waarin een ochtendmens het beste functioneert. Vóór een avondmens zijn ogen opendoet is een ochtendmens al drie keer heen en weer naar supermarkt gefietst, langs de huisarts gegaan, naar de kapper geweest en inmiddels alweer toe aan de lunch. Een avondmens heeft nauwelijks tijd voor ontbijt. Altijd nog ‘even’ blijven liggen, altijd zoveel mogelijk ’s avonds doen, altijd een boterham op de fiets of make-up in de trein. Ik kan me nog herinneren dat ik als zesjarig meisje elke zaterdagochtend vrijwillig om half zeven beneden op de bank zat om Bassie & Adriaan te kijken. Half zeven! Gekkenwerk. Hoewel ik eerlijk moet toegeven dat ik Bassie & Adriaan soms mis. Zelfs die ene met de plaaggeest.

Kortom: ik zou willen dat ik een ochtendmens was. Hoe erg ik het geluid van mijn wekker ook verafschuw en hoe moeilijk ik er elke ochtend ook uitkom. Mijn bedje mag op dat moment dan heerlijk liggen, maar telkens wanneer ik weer veel te lang in mijn bed blijf liggen voel ik me compleet nutteloos (en vermoeider dan de avond daarvoor. De ironie). Gelukkig heb ik een hele hoop lieve huisgenoten die me mijn bed uit bellen, appen en kloppen. Of me natuurlijk gewoon om kwart over acht naar de sportschool slepen. Linda! Wakker worden, wakker worden, WAKKER WORDEN!